- 46 -
HET LAND WAAR DE ZILVERPOPULIEREN GROEIEN
 
titelpagina
inhoud
vorig hoofdstuk
vorige pagina

   Une pucelle seoit sous un aubel"
   "Qui tenoit en sa main une verge d'aubel"
 
volgende pagina
volgend hoofdstuk
bijlagen
homepage
Jaren geleden vertelde iemand mij, dat hij in Frankrijk in een oud woordenboek het woord 'aubel' was tegengekomen, en dat de betekenis daarvan zou zijn 'peuplier'. Dit laatste is een modern Frans woord en betekent: witte abeel oftewel zilverpopulier. De bibliotheek van de Nijmeegse universiteit heeft een hele kast vol Franse woordenboeken. Er waren er enkele bij die het woord 'aubel' kenden.
Het Altfranzösisches Wörterbuch (daar is geen woord Frans bij!) van Töbler-Lommatzsch kent het woord, en geeft als betekenis 'Weisspappel'. Als variant die blijkbaar in het verleden ook voorkwam wordt 'aubiel' genoemd.

Er waren nog twee andere woordenboeken waarin ik 'aubel' heb gevonden. Het ene was de Dictionnaire historique de l'ancien François, van La Curne de Saint-Palaye. Dit vermeldt alleen 'aubeau' en vertaalt dat als 'peuplier', maar geeft als varianten 'aubel' en 'aulbier' en vertelt dat het woord is afgeleid van het latijnse 'albellum'.En als ik mij niet vergis komt dat van het eveneens latijnse "albus", dat "wit" betekent. (Ter herinnering: het lange witte kleed dat de r.k. priester onder het kasuifel draagt heet albe).
© 2003 C.P. Aubel Nijmegen