"Eine gewisse Frauenspersohn Nahmens Johanna Vedder62"
Arnold zag de man in uniform het eerst, en ging onmiddellijk zijn moeder
roepen. Een brief! In de drie en een half jaar van zijn jonge leven had hij
nog nooit een brief gezien, maar hij wist meteen wat de soldaat in zijn hand
had. Johanna kwam snel van achteren, haar hand aan haar schort afvegend. De
soldaat zei dat ze maar naar de pastoor moest gaan met de brief. Dat was
Johanna ook al direct van plan, om de simpele reden dat ze niet kon lezen.
Wel had ze een akelig idee wat er zo ongeveer in die
brief zou kunnen staan, want pastoor Kölcken had haar al eens verteld dat
Johann Aubel hem voor de rechter had gesleept, omdat hij hem als vader van
Arnold in het doopboek had opgeschreven. Volgens Johann had de pastoor dat
niet mogen doen, en die had daarom bij de rechter geëist dat die de pastoor
zou bevelen zijn naam door te strepen.
Pastoor Kölcken maakte net na de laatste mis van die dag
zijn ochtendwandelingetje door Huissen, zodat ze niet lang op het voorlezen
van de brief
hoefden te wachten. |
62 Voor wie op zoek gaat naar de originelen van de
processtukken uit dit hoofdstuk en de volgende hoofdstukken: Zie De
Rechterlijke Archieven der voormalige Kleefsche enclaves in
Gelderland. Gelders Archief (voormalig rijksarchief) Inv.Nr. 2914 |
| volgende
pagina |
| volgend
hoofdstuk |
| bijlagen |
| homepage |
|