C.P. AUBEL HET AUBELBOEK NAAR DE PUTSTEEG IN ARNHEM
- 87 -

Jan zelf woonde volgens de akte in de Putsteeg, en zijn zuster was bevallen bij haar moeder (Petronella van Swam) thuis in de Putsteeg. Vermoedelijk woonde toen het hele gezin in de Putsteeg. Of Agnes ook nog thuis woonde, is een grote vraag. Behalve haar doop is er geen enkele aantekening gevonden die op een levensteken wijst. Zij is even spoorloos verdwenen als haar grootvader Johann. Is zij hem achterna gereisd? Wie haar gaat zoeken moet ook vragen naar Agnes ABEL, want er is met de schrijfwijze van de familienaam nog tientallen jaren geklungeld.
Op 20 juli 1831 trouwde Frederik met Maria de Greef. Zij gingen in de Kromme Elleboogsteeg wonen. Dat hij daar woonde, blijkt al uit de overlijdensakte van zijn eerste kind, Arnoldus (op 7 januari 1832, zes weken oud).

In wat voor Arnhem kwam de familie in 1830 terecht? Ik zei het al: een stad van ongeveer 15.000 inwoners. De woonsituatie wordt treffend beschreven door B.J.M. Bleekman in "Volkswoningbouw, Een eeuw volkhuisvesting in Arnhem":
TITELPAGINA
INHOUD
VORIG HOOFDSTUK
VORIGE PAGINA
 
VOLGENDE PAGINA
VOLGEND HOOFDSTUK
BIJLAGEN
HOMEPAGE
  "Het is er donker, vochtig en benauwd. Het stinkt naar dierlijke en menselijke uitwerp-selen. De woon- en slaapruimte is ongeveer 2 bij 3.50 meter met een maximale hoogte van 2 meter. Er is geen stromend water, met een beetje geluk komt er enigszins schoon water uit de pomp op de binnenplaats waar ook het privaat staat dat door zes kinderrijke gezinnen wordt gebruikt. Het aantal huurders bedraagt gemiddeld zes perso-nen. Onder veel woningen stromen open riolen en over de binnenplaats loopt veelal een smalle afvoergoot waarin stinkend afvalwater naar de straat loopt. Mest hoopt zich tussen de panden op en sommige wijken liggen zelfs op of tegen de stadsmestvaalten. Een hoog sterftecijfer, met name kindersterfte, is vrij normaal.