- 100 -
1848: GETUIGEN VAN DE GRONDWETSHERZIENING
 
titelpagina
inhoud
vorig hoofdstuk
vorige pagina

Minister Thorbecke had er hard voor gevochten, en op 3 november 1848 was het dan zo ver.
In krantentaal van die tijd:
Ten half 12 ure kondigde het statig klokgelui aan, dat een half uur later de plegtige afkondiging van de herziene Grondwet zou plaats hebben. Toen ten 12 ure dit klokgelui ophield, vertoonde zich het Stedelijke Bestuur op de pui van het raadhuis, om bij monde van den Wel Ed. Gestr. Heer Secretaris aan de vergaderde menigte voor te lezen Zijner Majesteits publicatie van den 15. October jl., waarbij bepaald is, dat de 12 wetten, onder No. 56 tot 70 in het Staatsblad opgenomen, in eene plegtige openbare zitting van den Hoogen Raad, van de Provinciale Geregtshoven en van de Arrondissements Regtbanken, door den Griffier zouden worden voorgelezen en alzoo plegtig afgekondigd. Na het lezen dezer publicatie, welke met luide kreten van Leve de Koning! werd beantwoord, stroomde de talrijke menigte naar de regtszaal van de Arrondissements Regtbank, ten genoemden einde vergaderd. Aldaar vatte de Edel Achtb. heer Officier van Justitie het woord op en, na in eene sierlijke en krachtvol uitgesprokene rede, het hoogst gewigtige oogenblik te hebben doen uitkomen, requireerde Zijn Edel Achtbare, in naam des Konings, dat alsnu tot de voorlezing der boven bedoelde wetten zou worden overgegaan. De Edel Achtbare Heer Voorzitter, die toespraak waardiglijk beantwoord hebbende, beval daarop, namens de regtbank, dat door den heer griffier hieraan zou worden voldaan, waarop de Edel Achtbare Heer Griffier de 12 Wetten heeft voorgelezen.
De plegtigheid dezer zitting werd verhoogd door de tegenwoordigheid zoowel van het Kantongeregt en van de balie, als van vele aanzienlijken. Ten 2 ure werd de zitting der regtbank gesloten.
Nog tijd genoeg over voor een borrel!
 
volgende pagina
volgend hoofdstuk
bijlagen
homepage
© 2003 C.P. Aubel Nijmegen