|
|
|
Tot hiertoe ziet de Aubelboom er vrij simpel uit: |
|
|||||||||||
|
||||||||||||
|
TAK FREDRIK Fredrik en Maria hebben negen zonen gehad. Toch heeft dat tot niet meer dan twee nu nog levende zijtakken geleid, namelijk die zijn voortgesproten uit hun zoon Johannes en uit hun zoon Fredricus. Hun gezinnen worden apart besproken: het gezin van Jan (1833-1900) en Johanna (1831-1899), en het gezin van Fredrik (1838-1918) en Henriette (1841-1918). Zie Jan en Johanna en Fredrik en Henriėtte. TAK PETER Uit de tak Peter zijn ook twee levende zijtakken gegroeid, die van zijn zoon Piet en die van zijn zoon Jan. Ook hun gezinnen krijgen een apart plaatsje: het gezin van Piet (1853-1932) en Anna (1854-1885), en het gezin van Jan (1858-1935) en Hendrika (1869-1943). Zie Piet en Anna en Jan en Riek. Aan de jaartallen (geboortejaar en overlijdensjaar) van deze vier ouderparen kun je goed zien dat de Fredriktak een stuk ouder is dan de Petertak. Hier werkt het leeftijdsverschil tussen de oudste en de jongste zoon van Arnold en Petronella (bijna zeventien jaar) in de opvolgende generaties duidelijk door. |
||||||||||||